Hoe zit het met geluidsnormen voor windmolens?

Conceptnormen

Voor veel geluidsbronnen -denk aan wegen en fabrieken- zijn er geluidsnormen. Die normen moeten ervoor zorgen dat omwonenden er niet te veel hinder van hebben. Ook voor windmolens (specifiek: voor windparken van drie of meer windmolens) komen er normen, maar die zijn er op dit moment nog niet. De landelijke overheid werkt aan nieuwe normen. Wel heeft de overheid in 2023 conceptnormen gepubliceerd. Deze conceptnormen gelden dus nog niet.

Voor deze conceptnormen is veel onderzoek gedaan naar geluid van windmolens en het effect daarvan op omwonenden. Hieronder leggen we uit waarom er nu geen normen zijn, wat de conceptnormen zijn en hoe we ervoor kunnen zorgen dat omwonenden niet te veel hinder hebben van het geluid. Ook vatten we belangrijke informatie uit het onderzoek voor de conceptnormen samen. Stel dat deze conceptnormen definitief worden en dat voortaan deze regels gelden voor windmolens. Dan weet je na het lezen van deze blog hoe omwonenden door de normen worden beschermd tegen hinder.

Samenvatting

De belangrijkste informatie op een rij

  • Volgens de conceptnormen mag het geluid bij woningen niet meer zijn dan 45 dB Lden en 39 dB Lnight. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie adviseert de norm van 45 dB Lden.

  • Als het geluid bij woningen 45 dB Lden is, ervaart gemiddeld 5% van de omwonenden ernstige hinder. Het geluid is bij veel woningen vaak (veel) minder dan 45 dB Lden. Dan is dus ook de kans dat omwonenden hinder ervaren (veel) kleiner.

  • 45 dB Lden is een gewogen jaargemiddelde. Dat is geen gewoon gemiddelde. Daardoor zal het geluid bij een woning nooit boven 45 dB uitkomen.

  • De conceptnormen zijn maximaal 45 dB Lden en 39 dB Lnight op de gevel van woningen in de buurt van een windmolen. Het maakt niet uit of een windmolen groter of kleiner is. Ook maakt het niet uit of het om één of om meer windmolens gaat. Verder maakt het niet uit of het gaat om één, enkele of veel woningen rondom de windmolen. De normen en dus de hoeveelheid geluid die bij woningen mag ontstaan, blijven hetzelfde.

Waarom zijn er nu geen landelijke normen?

In juni 2021 stelde de Raad van State de landelijke geluidsnormen buiten werking vanwege een procedurele fout. Daarmee zei de Raad van State niet dat de geluidsnormen voor windmolens niet goed waren, maar dat bij het bepalen van de normen een milieueffectonderzoek (planMER) had moeten worden uitgevoerd. De Nederlandse overheid heeft daarom alsnog zo’n onderzoek uitgevoerd. Op basis van dat onderzoek zijn in 2023 conceptgeluidsnormen opgesteld. Deze conceptnormen zijn strenger dan de normen die in 2021 buiten werking zijn gesteld. Er zijn in 2023 veel reacties gekomen op de conceptnormen. De landelijke overheid denkt na, mede naar aanleiding van al die reacties, over wat de definitieve normen moeten worden. Wanneer er definitieve normen worden vastgesteld door de landelijke overheid, is op dit moment niet bekend.

Wat als de conceptnormen ook de definitieve normen worden? Hoe beschermen die omwonenden tegen hinder?

Het geluid bij woningen mag volgens de conceptnormen niet meer zijn dan 45 dB Lden en 39 dB Lnight. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie adviseert 45 dB Lden. Lden staat voor het geluidsniveau in ‘day’ (dag), ‘evening’ (avond) en ‘night’ (nacht).

Als het geluid bij woningen 45 dB Lden is, dan ervaart gemiddeld 5% van de omwonenden ernstige hinder van het geluid. Dit geldt dus als het geluid bij een woning zoveel is als volgens de norm maximaal is toegestaan. Het geluid is bij veel woningen vaak (veel) minder dan 45 dB Lden. En dus is ook de kans dat omwonenden hinder ervaren (veel) kleiner. Het geluid in de avond en nacht telt zwaarder mee in de berekening van het geluidsniveau. Het is dan stiller en omwonenden kunnen het geluid van de windmolen dan beter horen, terwijl het geluid van de windmolen min of meer hetzelfde blijft.

De conceptnormen zijn maximaal 45 dB Lden en 39 dB Lnight op de gevel van woningen in de buurt. Het maakt niet uit of een windmolen groter of kleiner is. Ook maakt het niet uit of het om één of om meer windmolens gaat. Verder maakt het niet uit of het gaat om één, enkele of veel woningen rondom de windmolen. De normen en dus de hoeveelheid geluid die bij woningen mag ontstaan, blijven hetzelfde.

Overigens gelden deze normen -als deze definitief worden- ook voor andere zogeheten geluidgevoelige objecten zoals scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. 

Voor deze conceptnormen zijn de nieuwste wetenschappelijke inzichten gebruikt. In het onderzoek is uitgegaan van moderne, grote windmolens met een tiphoogte van 235 en 280 meter. Daarbij zijn gegevens gebruikt van gecertifieerde geluidsmetingen bij vergelijkbare windmolens, gegevens uit de praktijk dus.

Vergelijkbare bescherming als omwonenden van snelweg of bedrijventerrein

Uit het onderzoek van de landelijke overheid blijkt –en dat was al langer bekend– dat mensen het geluid van een windmolen sneller hinderlijk vinden, dan bijvoorbeeld ander geluid met evenveel decibellen. Dat komt door het karakter van het geluid. Zo maakt een snelweg vaak harder geluid dan een windmolen, maar vinden mensen een snelweg minder snel hinderlijk doordat dit geluid constanter is. Daarom mogen windmolens –als de conceptnormen ook de definitieve normen worden- minder geluid veroorzaken bij woningen, dan bijvoorbeeld snelwegen of bedrijventerreinen. Omwonenden van windmolens worden daardoor op een vergelijkbare en mogelijk zelfs strengere manier beschermd tegen hinder als omwonenden van een snelweg of bedrijventerrein.

Helemaal geen hinder voor omwonenden is niet mogelijk

Helaas lukt het niet om hinder voor direct omwonenden helemaal te voorkomen. Het doel van normen is om het leefklimaat en de gezondheid van omwonenden te beschermen én windmolens te kunnen bouwen die hard nodig zijn om aan de toenemende vraag naar duurzame energie te voldoen. Dit is net als bij andere ruimtelijke ontwikkelingen. Als maatschappij accepteren we dat een klein deel van de inwoners hier last van heeft, in het belang van het collectief.

Een gewogen jaargemiddelde versus een gewoon jaargemiddelde?

De concept geluidsnormen worden uitgedrukt in Lden en Lnight. Lden is een gewogen jaargemiddelde. Door het woord ‘gemiddeld’ vragen veel mensen ons of dit betekent dat de windmolen soms heel veel geluid mag maken. En dat als de windmolen dan langere tijd stiller is, het dan gemiddeld goed is. Een gewogen jaargemiddelde werkt anders.

Lden is geen gewoon gemiddelde, maar een strengere berekening. Lden staat voor het geluidsniveau in ‘day’ (dag), ‘evening’ (avond) en ‘night’ (nacht). In de berekeningen van de Lden-norm telt het geluid in de avond en nacht zwaarder mee, omdat het ’s avonds en ’s nachts stiller is waardoor omwonenden het geluid sneller kunnen horen. Bij het geluid van de windmolen in de avond wordt in de berekeningen 5 decibel opgeteld en in de nacht zelfs 10 decibel. Dat is een theoretische verhoging. De windmolen maakt ’s avonds en ’s nachts vrijwel evenveel geluid als overdag, maar volgens de berekening dus veel meer. Dit heet een gewogen jaargemiddelde. In de praktijk blijkt dat met een norm van 45 dB Lden de piek van het geluid van een windmolen bij een woning niet boven 45 decibel uitkomt.

Lnight is wel een ‘gewoon’ gemiddelde voor het geluid in de nacht. Dus de ene keer kan het geluid bij een woning ’s nachts iets meer zijn dan 39 decibel, als het dan de andere keer maar minder is. Uit het onderzoek dat is gedaan voor de landelijke conceptnormen, blijkt dat het geluid bij woningen maximaal 2 tot 4 decibel hoger kan zijn, dan de norm in Lnight. Dus bij een norm van 39 dB Lnight is de piek van het geluid bij woningen maximaal 41 tot 43 decibel.

Lden en Lnight: al jaren goede methode voor allerlei geluid

Lden en Lnight zijn best ingewikkeld. Toch is het goed om te weten dat deze dosismaten niet alleen voor windmolens, maar voor veel meer omgevingsgeluid gebruikt worden. Tot nu toe is dit sinds 2002 op Europees niveau beoordeeld als beste methode om het effect van geluid over een langere periode te beoordelen. De Wereldgezondheidsorganisatie gebruikt Lden om te bepalen welk geluid acceptabel is voor de gezondheid van omwonenden. Ook in wetenschappelijke onderzoeken die duidelijk maken hoeveel mensen gemiddeld hinder hebben bij een bepaalde hoeveelheid geluid, zijn Lden en Lnight de meestgebruikte dosismaten.

Uitgebreid onderzoek naar geluid voor elke windmolen

Iedereen die een windmolen ontwikkelt, is verplicht om eerst geluidsonderzoek te doen. Dit onderzoek gaat volgens een landelijk geldende methode. Dat onderzoek moet aantonen dat de windmolen aan de geluidsnormen voldoet. Dat zijn mogelijke locatiespecifieke normen en de landelijke conceptnormen. In dat onderzoek wordt met veel dingen rekening gehouden. Zo draagt geluid verder over water of verharding en moet de windmolen verder van de woning geplaatst worden om aan de geluidsnormen te voldoen. Het geluidsonderzoek levert altijd een plattegrond op waarop de grens van – als we uitgaan van de conceptnormen – 45 dB Lden en 39 dB Lnight staat aangegeven. Ook kan specifiek voor een adres berekend worden hoeveel geluid daar kan ontstaan. Verder kan de optelsom van geluidsbronnen gemaakt worden. Ligt er bijvoorbeeld al een drukke weg en een bedrijventerrein? Komt daar een windmolen bij, neemt dan het totale geluid toe? En is dat nog acceptabel? Met het geluidsonderzoek kunnen we bepalen waar we verantwoord een windmolen kunnen plaatsen. Het bevoegd gezag – vaak een gemeente of provincie – besluit of er uiteindelijk wel of geen toestemming komt voor het plan. Het onderzoek is ook voor omwonenden heel nuttig, omdat er veel informatie in staat over het te verwachten geluid.

Hoe zit het met laagfrequent geluid?

Windmolens maken ook laagfrequent geluid, net als allerlei andere geluidsbronnen dat doen. Maar windmolens maken niet meer of ander laagfrequent geluid dan die andere bronnen. Bovendien houden de conceptgeluidsnormen daar rekening mee. Die gaan uit van het brede spectrum van geluid: van lage tot hoge frequenties. Verder produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. In het onderzoek dat gedaan is om tot de landelijke conceptnormen voor geluid te komen, is ook laagfrequent geluid meegenomen. Dat onderzoek bevestigt dat windmolens maar in beperkte mate laagfrequent geluid maken. Klik hier om dat onderzoek te lezen. Ook het RIVM constateert al jaren op basis van (internationaal) wetenschappelijk onderzoek dat laagfrequent geluid van windmolens geen ander effect heeft dan het ‘normale’ geluid. Er zijn richtlijnen om te bepalen of de hoeveelheid laagfrequent geluid voor (veel) hinder zorgt bij omwonenden. Met een norm van 45 dB Lden wordt (ruimschoots) voldaan aan deze richtlijnen.

Hoe zorg je dat de normen niet worden overschreden?

Uiteindelijk gaat het erom de geluidsnormen bij woningen in werkelijkheid niet worden overschreden. Om dat voor elkaar te krijgen, is het belangrijk eerst zeker te weten dat het type windmolen niet meer geluid maakt dan is toegezegd. Fabrikanten van windmolens moeten volgens vaste meetmethodes aangeven hoeveel geluid hun windmolen maakt. Als de windmolen dan is gebouwd, kan de proef op de som worden genomen. Zo weten we zeker dat wat de fabrikant heeft beloofd, ook wordt waargemaakt. 

Welke normen gelden zolang er geen landelijke normen zijn?

Dat er nu geen landelijke normen gelden, betekent niet dat er geen windmolens kunnen worden geplaatst. De Raad van State benadrukte in de uitspraak in juni 2021 dat er voor een specifiek project, specifieke lokale normen kunnen worden vastgesteld. De voorwaarde voor dergelijke specifieke normen is dat er een goede, op de lokale situatie toegesneden motivatie aan de normen ten grondslag ligt. Of dit mogelijk is, moet per project worden besproken met betrokken overheden. Lees meer hierover op de website van de Raad van State en de Helpdesk Wind op Land. Overigens wordt vaak pas bij het beoordelen van een vergunningaanvraag bekeken welke normen van toepassing zijn. Tussen de start van een project en de aanvraag van een vergunning kunnen meerdere jaren zitten.

De bronnen voor dit artikel zijn met name de nota van toelichting die onderdeel is van de concept landelijke geluidsnormen, het uitgebreide onderzoeksrapport (planMER) dat is opgesteld ter onderbouwing van de concept landelijke geluidsnormen en een onderzoek naar laagfrequent geluid van windmolens dat onderdeel is van dit planMER.

Over geluid van een windmolen

Meer weten

Wil je meer weten over wat het geluid van een windmolen in de praktijk is? We schreven er een blog over.

Lees meer Lees meer
Geschreven door
Arthur Vermeulen
Arthur Vermeulen Directeur Projecten