Zonnepanelen en windmolens: wat is beter?

Wij zijn energiemakers

Wat is beter: duurzame elektriciteit opwekken met zonnepanelen of met windmolens? Die vraag wordt ons vaak gesteld als we werken aan nieuwe windmolens of een nieuw zonnepark. In dit artikel gaan we daar verder op in. Maar een tipje van de sluier lichten we alvast op: zonnepanelen en windmolens zijn heel verschillend, maar het is veruit het beste om beide te gebruiken en het liefst ook te combineren. 

Wat wekt meer stroom op: zonnepanelen of windmolens? 
Het doel van het plaatsen van windmolens en zonnepanelen is uiteraard het opwekken van duurzame elektriciteit. Maar wat wekt meer op? Een zonnepark of een (aantal) windmolen(s)? Het antwoord daarop is dat dit per geval verschilt, maar dat heeft altijd te maken met de omvang van een zonnepark of windmolen. Dat bepaalt hoofdzakelijk hoeveel elektriciteit er wordt opgewekt. 

Moderne windmolens 
We beginnen met windmolens. Op allerlei plekken in Nederland worden moderne, hoge windmolens geplaatst. Ook wij doen dat. Zo is er Windpark Deil, langs de snelweg A15 in de gemeente West-Betuwe. Twee van de elf windmolens van dat windpark zijn van ons. Dat zijn windmolens met een ashoogte van 140 meter, een rotordiameter van 136 meter en een tiphoogte van 208 meter. Dat zijn moderne windmolens. Eén zo’n windmolen wekt per jaar circa 15 miljoen kilowattuur (kWh) op.  Ter vergelijking: dat is evenveel als circa 6000 huishoudens per jaar gemiddeld gebruiken.

Vergelijk dat maar eens met Windpark Kloosterlanden in Deventer. Deze windmolens uit 2015 hebben een ashoogte van 85 meter, een rotordiameter van 92 meter en een tiphoogte van 131 meter. Deze twee windmolens samen wekken per jaar circa 8,5 miljoen kWh op. Dus de twee windmolens in Deventer wekken ongeveer de helft op wat één windmolen van Windpark Deil opwekt. Zo belangrijk is de hoogte van een windmolen. Als stelregel kun je hanteren: als de wieken van een windmolen twee keer zo lang worden, wekt een windmolen vier keer zoveel op. Meer over het belang van de hoogte van een windmolen lees je hier.

Overigens bouwen we de komende jaren windmolens die nog groter worden dan de windmolens van Windpark Deil en dus nog meer opwekken, wel tot 20 miljoen kWh per windmolen per jaar.

Een hectare zonnepanelen 
Bij zonneparken is ook het formaat van belang. Als stelregel kun je gebruiken dat één hectare met zonnepanelen ongeveer 1 á 1,3 miljoen kWh per jaar opwekt (de precieze opbrengst hangt af van het vermogen van de panelen). Een miljoen tot 1,3 miljoen kWh is evenveel als circa 400 á 520 huishoudens per jaar gemiddeld gebruiken. Net als windmolens worden ook zonnepanelen steeds efficiënter. Bij windmolens zit dat vooral in de grotere afmetingen, maar zonnepanelen worden door technische verbeteringen steeds efficiënter in het omzetten van zonlicht in elektriciteit.

Eén hectare vol zonnepanelen – dat is ongeveer anderhalf voetbalveld – wekt dus lang niet zoveel op als een moderne windmolen. Maar als er de ruimte is om meer zonnepanelen te plaatsen, kan de productie van een zonnepark wel vergelijkbaar zijn met die van een moderne windmolen. Om evenveel op te wekken als één van onze windmolens van Windpark Deil, is er circa elf á vijftien hectare aan zonnepanelen nodig. Dat zijn circa 16 á 22 voetbalvelden. 

Wind en zon wisselen elkaar af 
Maar wat is nu verstandig om te doen? Meer windmolens of meer zonnepanelen in Nederland om genoeg duurzame elektriciteit op te wekken? Op zich is Nederland wel echt een windland. Het waait hier vaker en harder dan dat de zon schijnt. Daardoor lijken windmolens in eerste instantie misschien een logischere keuze.

Daar staat tegenover dat zonnepanelen ook in Nederland een prima en efficiënte bron van duurzame elektriciteit zijn. Windenergie en zonne-energie zijn samen in Nederland de goedkoopste vormen om duurzame elektriciteit mee op te wekken en ze worden beide steeds efficiënter.

Wel pieken ze op verschillende momenten. Windmolens wekken het meest op in de winter en het najaar. Dan waait het vaker en harder. Zonnepanelen wekken het meest op in het voorjaar en de zomer. Daardoor vullen ze elkaar heel goed aan en is de conclusie dat ze allebei hard nodig zijn. We hebben namelijk het hele jaar door elektriciteit nodig. Door windmolens én zonnepanelen te plaatsen, is de kans het grootst dat altijd wel één van deze twee bronnen elektriciteit levert. Als het hard waait, schijnt vaak de zon beperkt of niet en als de zon schijnt, waait het vaak beperkt of niet. In de onderstaande afbeelding is dat goed te zien.

Ook kun je niet zomaar overal windmolens of zonnepanelen plaatsen. Er zijn veel regels waaraan moet worden voldaan. Daardoor is het beter om op de ene plek windmolens te plaatsen en op de andere plek juist zonnepanelen. 

Dezelfde elektriciteitskabel 
Windmolens en zonnepanelen vullen elkaar zo goed aan dat ze op dezelfde elektriciteitskabel kunnen worden aangesloten. Uit onderzoek blijkt dat windmolens en zonnepanelen elkaar doorgaans in een jaar maar af en toe ‘in de weg zitten’. Dus slechts af en toe wekken windmolens en zonneparken tegelijkertijd zoveel op dat het niet door die ene elektriciteitskabel kan waarop ze beide zijn aangesloten. Door één van de twee dan heel kort uit te zetten, wordt dat probleem opgelost. Het blijkt dat dit vaak een efficiënte oplossing is. De netaansluiting is vaak een duur onderdeel van het plaatsen van een windmolen of zonnepark. Als deze elektriciteitskabel dan zowel door een windmolen als door een zonnepark wordt gebruikt, wordt die investering een stuk efficiënter benut. Dat is één van de redenen dat wij ook steeds vaker kijken of we windmolens en zonneparken kunnen combineren. Het biedt goede mogelijkheden om meer duurzame elektriciteit te produceren tegen lagere kosten, wat uiteindelijk voor iedereen beter is. 

Bij Pure Energie kun je zelf kiezen van welke windmolen of welk zonnepark jij je energie wilt afnemen. Ben je benieuwd hoe dit werkt en wat dit voor jouw situatie zou betekenen? Bereken je tarief en kies je eigen energiebron.