- De belangrijkste informatie opgesomd
- Waarom is er nu geen landelijke norm?
- Wat als de conceptnorm ook de definitieve norm wordt? Hoe beschermt deze omwonenden tegen hinder?
- Uitgebreid onderzoek naar slagschaduw voor elke windmolen
- Hoe zorgen we ervoor dat de norm niet wordt overschreden?
- Welke norm geldt zolang er geen landelijke norm is?
- Meer weten
Hoe zit het met de norm voor slagschaduw van windmolens?
Conceptnormen- De belangrijkste informatie opgesomd
- Waarom is er nu geen landelijke norm?
- Wat als de conceptnorm ook de definitieve norm wordt? Hoe beschermt deze omwonenden tegen hinder?
- Uitgebreid onderzoek naar slagschaduw voor elke windmolen
- Hoe zorgen we ervoor dat de norm niet wordt overschreden?
- Welke norm geldt zolang er geen landelijke norm is?
- Meer weten
Er komt een norm voor de slagschaduw van windmolens. Deze norm zal de hoeveelheid slagschaduw die bijvoorbeeld bij woningen mag ontstaan, beperken. Maar deze norm voor windmolens (specifiek: voor windparken van drie of meer windmolens) is er op dit moment nog niet. De landelijke overheid werkt aan een nieuwe norm. Wel heeft de overheid in 2023 een conceptnorm gepubliceerd. Deze conceptnorm geldt dus nog niet.
Voor deze conceptnorm is veel onderzoek gedaan naar slagschaduw van windmolens en het effect daarvan op omwonenden. In deze blog leggen we uit waarom er nu geen norm is, wat de conceptnorm is en hoe we ervoor kunnen zorgen dat hinder van slagschaduw voor omwonenden beperkt blijft. Stel dat deze conceptnorm definitief wordt en dus voortaan geldt voor windmolens. Dan weet je na het lezen van deze blog hoe omwonenden door de norm worden beschermd tegen hinder.
De belangrijkste informatie opgesomd
- Volgens de conceptnorm mag een woning maximaal zes uur per jaar en maximaal twintig minuten per dag worden geraakt door de slagschaduw. Ook als de windmolen groter wordt of als er meerdere windmolens bij elkaar staan, mag een woning volgens de conceptnorm in totaal maximaal zes uur per jaar en maximaal twintig minuten per dag worden geraakt door slagschaduw.
- Slimme apparatuur houdt precies bij wanneer welke woning door slagschaduw wordt geraakt. Als er meer dan zes uur per jaar of meer dan twintig minuten slagschaduw per dag dreigt te ontstaan bij een woning, zet die apparatuur de windmolen tijdelijk stil om te voorkomen dat er te veel slagschaduw ontstaat.
- Het is heel goed te voorspellen waar en wanneer slagschaduw ontstaat. Dankzij het slagschaduwonderzoek kan zelfs voor een huis precies worden berekend wanneer in het jaar en hoe laat op de dag slagschaduw bij die woning kan ontstaan. Dat kan via een slagschaduwkalender. Dat is nuttige informatie voor omwonenden.
Waarom is er nu geen landelijke norm?
In juni 2021 stelde de Raad van State de landelijke norm voor slagschaduw buiten werking vanwege een procedurele fout. Daarmee zei de Raad van State niet dat de norm voor slagschaduw niet goed was, maar dat bij het bepalen van de norm een milieueffectonderzoek (planMER) had moeten worden uitgevoerd. De Nederlandse overheid heeft daarom alsnog zo’n onderzoek uitgevoerd. Op basis van dat onderzoek is in 2023 een conceptslagschaduwnorm opgesteld. Deze conceptnorm is strenger dan de norm die in 2021 buiten werking is gesteld. Er zijn in 2023 veel reacties gekomen op de conceptnorm. De landelijke overheid denkt na, mede naar aanleiding van al die reacties, over wat de definitieve norm moet worden. Wanneer er een definitieve norm wordt vastgesteld door de landelijke overheid, is op dit moment niet bekend.
Wat als de conceptnorm ook de definitieve norm wordt? Hoe beschermt deze omwonenden tegen hinder?
Volgens de conceptnorm voor slagschaduw mag een woning maximaal zes uur per jaar en maximaal twintig minuten per dag worden geraakt door de slagschaduw. Ook als de windmolen groter wordt of als er meer windmolens bij elkaar staan, mag een woning in totaal maximaal zes uur per jaar en maximaal twintig minuten per dag worden geraakt door slagschaduw.
Dit geldt voor alle woningen in een gebied van twaalf keer de rotordiameter van een windmolen. Als een windmolen een rotordiameter heeft van 200 meter (een wiek is dan 100 meter lang), geldt voor alle woningen in een gebied van 2.400 meter rondom de windmolen deze conceptnorm.
Verder telt alle slagschaduw mee die wordt veroorzaakt vanaf het moment dat de zon drie graden boven de horizon staat. Dus als de zon net op is en boven de horizon zichtbaar is, telt de dan mogelijk veroorzaakte slagschaduw al mee voor de norm.
Overigens geldt deze norm -als deze definitief wordt- ook voor andere zogeheten slagschaduwgevoelige objecten zoals scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven.
Deze conceptnorm is in 2023 gepubliceerd door de landelijke overheid. Voor deze conceptnorm is gebruik gemaakt van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Ook is er uitgegaan van moderne, grote windmolens met een tiphoogte van 235 en 280 meter. Op basis van deze wetenschappelijke inzichten blijkt dat met deze conceptnorm het aantal mensen dat ernstige hinder ervaart van de slagschaduw beperkt blijft.
Uitgebreid onderzoek naar slagschaduw voor elke windmolen
Iedereen die een windmolen ontwikkelt, is verplicht om eerst een slagschaduwonderzoek te doen. Dit onderzoek gaat volgens een landelijk geldende methode. In dat onderzoek wordt met veel dingen rekening gehouden: van de hoogte van de windmolen en de positie van de zon tot posities van woningen. Het onderzoek levert een plattegrond op waarop staat hoe de slagschaduw zich over het gebied rondom de windmolen beweegt. Verder geeft het onderzoek antwoord op de vraag of een stilstandvoorziening nodig is (vaak wel) om aan de conceptnorm te voldoen en hoe vaak de windmolen dan stil moet staan.
Ook kan voor een adres worden berekend hoeveel slagschaduw de gevel van bijvoorbeeld die woning raakt. Dat kan via een slagschaduwkalender. Die laat zien op welke dagen en op welke tijden slagschaduw bij die woning kan ontstaan. Met het slagschaduwonderzoek kunnen we bepalen waar we verantwoord een windmolen kunnen plaatsen. Het bevoegd gezag -vaak een gemeente of provincie- besluit of er uiteindelijk wel of geen toestemming komt voor het plan. Het onderzoek is ook voor omwonenden heel nuttig, omdat er veel informatie in staat over de te verwachten slagschaduw op hun adres.
Hoe zorgen we ervoor dat de norm niet wordt overschreden?
Uiteindelijk gaat het erom dat de slagschaduwnorm bij woningen in werkelijkheid niet wordt overschreden. Dat kan met een stilstandvoorziening. Dit is slimme apparatuur in de windmolen die precies bijhoudt wanneer welke woning door slagschaduw wordt geraakt. Als er meer dan zes uur per jaar of meer dan twintig minuten slagschaduw per dag dreigt te ontstaan bij een woning, zet die apparatuur de windmolen tijdelijk stil om te voorkomen dat er te veel slagschaduw ontstaat.
Er zit een lichtsensor op de windmolen. Die meet of de zon schijnt en dus of er schaduw kan ontstaan. Speciale software in de windmolens weet waar elk huis in de omgeving staat. Die software weet ook hoe lang de schaduw is op elk moment van de dag en waar de slagschaduw kan ontstaan. Met al die informatie berekent de software hoeveel slagschaduw een woning al heeft geraakt. En als dat te veel dreigt te worden, zet deze software de windmolen stil. De windmolen begint dan weer te draaien als de zon ver genoeg is gedraaid, zodat de slagschaduw de woning niet meer kan raken.
In de conceptnorm staat dat voor elke windmolen een logboek moet worden bijgehouden. Alle gegevens die relevant zijn om de ontstane slagschaduw bij een gebouw te bepalen, moeten in dit logboek staan. In elk geval moet in het logboek voor elk slagschaduwgevoelig gebouw (denk aan woningen) een slagschaduwkalender staan. In die kalender staat hoeveel slagschaduw er theoretisch maximaal per jaar bij dat gebouw kan ontstaan. Verder moet in het logboek staan hoeveel slagschaduw per jaar bij elk slagschaduwgevoelig gebouw daadwerkelijk is ontstaan.
Welke norm geldt zolang er geen landelijke norm is?
Dat er nu geen landelijke norm geldt, betekent niet dat er geen windmolens kunnen worden geplaatst. De Raad van State benadrukte in de uitspraak in juni 2021 dat er voor een specifiek project, een specifieke lokale norm kan worden vastgesteld. De voorwaarde voor een dergelijke norm is dat er een goede, op de lokale situatie toegesneden motivatie aan de norm ten grondslag ligt. Of dit mogelijk is, moet per project worden besproken met betrokken overheden.
Lees meer hierover op de website van de Raad van State en de Helpdesk Wind op Land. Overigens wordt vaak pas bij het beoordelen van een vergunningaanvraag bekeken welke norm van toepassing is. Tussen de start van een project en de aanvraag van een vergunning kunnen meer jaren zitten.
De bronnen voor dit artikel zijn met name de nota van toelichting die onderdeel is van de concept slagschaduwnorm en het uitgebreide onderzoeksrapport (planMER) dat is opgesteld ter onderbouwing van de concept landelijke slagschaduwnorm.